Mijn aanvraag tot een uitslapen weekend wordt ein-de-lijk goedgekeurd. Joehoe!!!! Ik ben zo blij, ik kan naar huis, ik kan misschien drinken. Ja, ik begon na te denken ik begon een plan uit te stippelen. Ik polste bij een van mijn betere vrienden waar ik veel mee dronk of hij plannen had en in een mum van tijd was alles afgesproken. Hij is op de hoogte van mijn opname, steunt mij en staat volledig achter het feit dat ik mijn verslavingsproblematiek aanpak sinds dag 1. Ik dek mezelf onbewust in om niet te kunnen drinken denk ik, maar wie is hij om mij te zeggen dat ik niet mag drinken. GROTE DENKFOUT Ik kreeg nog een korte info “Ge moe nie denken da ge gaat drinken met mij en, we gaan weg maar met volk of zonder volk rond, ik geef u een taart rond uw oren als ge maar 1 glas alcohol aan uw lippen zet he miss”. Ja lap, oké ik ga het bewijzen dat ik het kan. Zo kan ik volgend weekend sociaal drinken. Ik blijf bij mezelf denken dat ik mij moet bewijzen naar anderen om terug sociaal te mogen drinken. Het weekend verloopt vlekkeloos, ik kom met veel trots terug binnen “IK HEB NIET GEDRONKEN EN BEN HEEL DE NACHT UIT GEWEEST HÉ” iedereen moest en zou het horen tot vervelens toe.
De medepatiënten vonden dit straf, en vroegen of ik buiten het uitgaan ook genoten had van mijn zoon. Ik houd de schijn hoog maar val in een zwart gat, ik ben zodanig veel bezig met mezelf dat mijn zoon ook al ben ik nuchter mij niet boeit. Wauw, ik ben een dikke egoïst, zo’n slecht mens dat ik ben, ik ben geen mama. Ik schaam mij diep, ik voel me rot, ik ben 1 blok negativiteit. Ik voel me zo rot en praat erover met de psycholoog het lucht niet op, ik blijf me slecht voelen. Ik blijf denken aan hoe slecht ik wel niet ben. Hoe ik het niet verdien een moeder te zijn. Ik ben echt een stom mens. Ik voel me heel depressief en ik ween vaak. Ondanks alles volg ik alle therapieën mee maar ik neem niets op. Ik start een nieuwe therapie psycho-creatieve, met een verpleegkundige waar ik totaal geen feeling mee heb “oh nee die toch niet!”. Waarom die gedachte er is, God mag het weten… Ik doe mee maar met weinig enthousiasme. Ik worstel nog steeds met die negatieve gedachten omtrent mijn zoon en ik wil er iets aan doen! Op de afdeling is er blijkbaar iemand aangesteld voor dat soort zaken. Ja, de verpleegkundige die de psycho-creatieve geeft. Ik denk bij mezelf “geweldig” ik heb er een heel negatief gevoel bij.
Er gaat vanalles door mijn hoofd. Ze gaat zeker denken dat ik een slechte moeder ben, ze gaat haar zeker beter voelen dan mij, zij is zo professioneel en ik niet. Ik voel onzekerheid, twijfel, angst, wantrouwen, jaloersheid. Ik heb stress en ben nerveus en ze start met het geven van informatie over KOPP/KOV voor verslaafde ouders, dit was zeer professioneel en duidelijk. Ze merkt op dat ik het moeilijk heb, ik heb het gevoel dat ze met mij in zit. Ik barst uit in tranen ik vertel haar over hoe slecht ik mij voel bij het denken aan mijn zoon. Ik blijf ratelen over wat ik hem allemaal heb aangedaan en hoe ik mij voel. Ik blijf zeggen dat ik een slechte moeder ben, dat ik het nooit meer ga kunnen, dat hij het niet verdient en hij beter af is zonder mij. Ze knikt en zegt af en toe dat het oké is om te voelen wat ik voel. Het is nodig om die pijn te ervaren en er bewust van te zijn want ik was toen niet goed bezig. Maar ik moet er mij bewust van zijn dat dat het verleden is en hoe pijn dat dat ook doet ik daar niets meer aan kan veranderen. Ik heb de eerste stap naar mijn zoon al gezet door mij te laten opnemen en dat zal in de toekomst enkel maar beteren voor mezelf en voor hem. Ik voel mij opgelucht, ik ben haar dankbaar.
Mijn weekends zijn anders. Mijn gevoel naar mijn zoon verandert, ik kijk ernaar uit om hem te zien. Ik probeer het maximaal uit ons te halen maar ik ben nog steeds voorzichtig. Ik ben na elk weekend opgelucht “ik ben goed geweest voor hem” maar de gedachten “amai na al die tijd zo een slechte moeder te zijn zou het eens mogen zeker” is groter. Ik praat erover met medepatiënten en de psycholoog, zij blijven me zeggen dat dit normaal is en dat wel zal beteren. Ik heb niet het gevoel dat het beter wordt, ik blijf negatief. Ik ben zeer prikkelbaar en heb schijt aan alles. Ik pieker heel de dag en nacht door. Wat een vermoeiend mens ben ik toch. Mijn drang naar alcohol is zo goed als verdwenen. Wat interesseert mij alcohol, ik ben te druk bezig met mij elke keer opnieuw te herinneren hoe slecht ik wel niet ben. Ik wil niet meer drinken, dat zorgt alleen maar voor problemen. Mijn klik is gemaakt ten opzichte van alcohol. Ik wil NOOIT MEER alcohol drinken. Ik ben een alcoholist ik kan niet sociaal drinken. Ik wil het niet meer. Ik ben 2 maanden nuchter, ik ga nu ook niet meer terug beginnen drinken.
Plaats een reactie