Ik heb hulp nodig en de maat is vol. Nog onder invloed zit ik met mijn mama te wachten om naar de PAAZ-afdeling begeleid te worden. Ik had mijn mama nog nooit zo kwaad gezien als toen, de teleurstelling in haar ogen maakte dat ik haar niet eens meer kon aankijken. Ik schaam mij diep, ik ween en er gaat van alles door mijn hoofd.
Ik had dorst… Ik kreeg last van ontwenningsverschijnselen waardoor ik zeer nerveus werd. Ik kan mij nauwelijks herinneren wat ik vertelde of wat ik voelde. Ik kan mij wel heel goed herinneren dat ik meerdere keren zei dat ik dorst had. Ik stelde vragen aan mijn mama en luisterde niet naar haar antwoord, ik vertelde in stukken wat ik me nog kon herinneren van die nacht. Tranen bleven maar vloeien. “Mijn auto is kapot, maar niets erg hoor” zei ik nog (grote denkfout). Achteraf blijkt mijn wagen niet meer rijvaardig.
Ik werd naar de PAAZ-afdeling begeleid en ik dacht in mezelf “Komt goed”, ik stelde mezelf gerust. Mijn mama was bezig met de praktische zaken zoals verse kledij, toiletgerief, mijn zoon, dit en dat, het interesseerde mij geen zak. Ik nam afscheid van mama en stond er alleen voor. Ik was bang, ik had dorst, ik wist niet wat ik moest doen. Al snel moest ik op gesprek bij de psychiater, waar ik kort de situatie probeerde te schetsen maar ze merkte op dat ik nog onder invloed was en last had van ontwenningsverschijnselen. Ik voelde mij emotioneel en de drang naar alcohol was zodanig groot dat ik bijna smeekte mij iets te geven “spuit mij plat maakt mij niet uit, ik ben op!”. Het leek een beetje: your wish is my command, er werd een nieuwe afspraak gepland, bloed getrokken, urine staal, enzovoort. Ik kreeg een pilletje. “Voilà meiske, een Valium zo wordt ge rustig” zei de verpleging. Ik wist niet wat het was maar ik nam het. Al snel werkte het en jaja ik voelde mij high. Ik was blij maar mijn lichaam wilde enkel rust waardoor ik de eerste dag als een zombie door de gang liep naar de rookruimte, om het pilletje en terug naar mijn bed, wel 10 keer die dag. Ik hoorde medepatiënten over mij praten dat ik goed bezopen was. Maar weeral boeide mij dat geen zak.
Deze setting was nieuw voor mij. Ik kreeg een weekplanning en ik kreeg de raad om alle therapieën mee te volgen. Zo gezegd zo gedaan, ik ging een helse week afkicken tegemoet. Ondertussen werd ik geholpen voor een opname in het psychiatrisch ziekenhuis van Velzeke dienst verslavingszorg. Alles ging heel snel en 6 dagen later mocht ik eventjes naar huis om mijn valies in te pakken want ik kom niet snel naar huis. Ik begon te panikeren, ik had stress en ik was bang. Ik werd gerustgesteld door een verpleegkundige. So far so good, op naar Velzeke. Ik had nog last van ontwenning en de Valium werd afgebouwd.
In Velzeke werd ik goed ontvangen door een lieve verpleegkundige, zij stelde mij meteen gerust en liet mij in alle rust afscheid nemen van mijn zoon. Ik was zeer emotioneel en voelde mij terug alleen. Ik heb mij onwennig gevoel bij alles. Ik belde naar mama om te zeggen dat ik naar huis wou, ik miste thuis, ik was kwaad op mezelf en voelde mij dom. Ik kon geen contact maken met medepatiënten, het waren allemaal kliekjes en ze waren zoveel ouder als mij. Ik voelde mij echt niet op mijn plaats. Mijn familie bleef zeggen dat ik door moest doen en dat deed ik dan maar, zonder doel en met een gewrongen gevoel. Uitputtend en vol haatgevoelens naar mezelf. Dagen gaan voorbij en ik besef het nauwelijks. Medicatie werd afgebouwd en stopgezet. Ik krijg beperkte uitgang waardoor ik niet naar huis en terug geraak, ik mag ook niet uitslapen. Ik vind het super vervelend en dit laat ik ook merken aan de verpleging. Ik ben precies terug aan het puberen. Ik ben nonchalant en onvriendelijk op bepaalde momenten. Mijn uitgang bleef maar geweigerd worden omdat urinestaal nog steeds sporen van benzodiazepines (Valium) bevatte. Ik was niet kwaad omdat ik niet naar huis mocht ik was kwaad omdat ik niet kon uitgaan in Gent. Ik was kwaad omdat ik al mijn zuippartijen voorbij zag gaan. Ik was kwaad omdat ik niet kon drinken.
Ik hoorde mijn mama dagelijks en begon weer de schijn hoog te houden. Ik loog over hoe ik me wel echt voelde. Alles gaat goed hoor, ik heb nog niet gedronken. Ik vertelde over de therapieën en was er heel sceptisch over. Ik hoorde ook hoe goed het ging met mijn zoon daar. Ik had het gevoel dat ik nietsnut was. Ik voelde mezelf zo overbodig, wat doe ik hier in godsnaam!? Mijn zoon heeft het goed bij mama, waarom kan ik gewoon niet gaan drinken en gerust gelaten worden? Waarom moet ik stoppen met drinken!? Ik had een gevoel dat moeilijk te omschrijven valt. Iets tussen – ik wil mij de kop in drinken, ik wil niet stoppen met drinken – en geef het een kans, ik wil stoppen met drinken. Ik bleef doorbijten.
Ik merkte dat er een ruim aanbod aan sport was op bepaalde dagen. Ik begon op de hometrainer te gaan zonder doel. “Beter iets doen dan niets”, dacht ik. De sportcoaches waren zeer enthousiast en vriendelijk waardoor ik wel gestimuleerd werd om terug te komen, alles was slecht aan mij behalve mijn conditie blijkbaar! Ik was vertrokken, de uren op de hometrainer waren een vast iets op mijn planning maar badminton, core stability, yoga en ook start to run. Ik had zo een voldoening aan beweging. Ik zag mijn gewicht zakken en voelde mijn spieren. Al snel werd ik gezien als een toch wel vrolijke en sportieveling. Ik maakte dan ook de keuze vegetarische gerechten te proberen, geen vlees meer voor mij! Water drinken alsof mijn leven ervan afhing, frisdrank bij gelegenheid. Ik maakte keuzes zonder doel en er echt bewust van te zijn. Het contact met de medepatiënten ging vlotter en vlotter aangezien ik actief was op de afdeling. Ik was nog steeds voorzichtig met wat ik zei en vertrouwde niemand. Ik had veel last van stemmingswisselingen waardoor het moeilijk was oprecht te zijn naar de medepatiënten. Ik denk wel dat sommigen merkten dat niets mij interesseerde. Ik had nog steeds geen idee wat ik daar deed buiten sporten… Ik voelde mij nog steeds dom, alsof ik gestraft was. Ik ben echt belachelijk bezig dat ik mij laat opnemen, ik heb toch geen probleem!? Ik ga gewoon eventjes stoppen met drinken. Als ze zien dat ik gestopt ben met drinken zal ik wel terug kunnen drinken zonder gezaag te krijgen, ik ben genezen van mijn verslaving, aangezien ik gestopt ben met drinken. Mijn hoofd staat niet stil. Steeds blijf ik denken aan alcohol.
Ik ga op gesprek bij de psycholoog, dit was niet makkelijk en ik voelde geen klik en ik kon ze niet uitstaan omdat ik er nog niet klaar voor was, denk ik. Ik voelde mij klein, zakte in de grond van schaamte en voelde mij in het nauw gedreven. De psycholoog was een jonge mooie verzorgde vrouw, ik kan het gevoel omschrijven als een soort van jaloezie, ik was bang dat zij haar beter ging voelen dan mij en een oordeel zou hebben over mij. Ik ben slecht en zij is goed. Ze zei ook zo weinig, ik moest vertellen. Het tweede gesprek ging wat vlotter, de juiste vragen werden gesteld en gaf stof tot nadenken. Ook voelde ik me meer gerustgesteld omdat ze mij bleef herinneren dat het oké is om van alles te voelen. Ik had het gevoel dat ze in het eerste gesprek toch goed heeft geluisterd en mee was met hoe ik mij voelde. Wat is het raar nuchter te zijn en gevoelens waar te nemen. Ik mag niets voelen, ik wil gewoon kunstmatige happiness. Die gevoelens zijn soms raar en doen pijn. Ik mag geen pijn of verdriet voelen. Ik moet, ik moet, ik moet. Ondertussen ben ik een maand nuchter.
Plaats een reactie